Pijlsweert

Pijlsweert, zoals het voor 1940 werd geschreven, was ook wel de groentetuin van Utrecht. Op de landerijen in de polder van Pijlsweert bewerkten de hoveniers hun grond en verbouwden daar de groenten. ’s Morgens vroeg brachten zij die dan naar de groenteveiling op het Paardenveld. De polder werd voor de stadsuitbreiding opgeofferd. Vandaag de dag zijn enkel de namen van de hoveniers in straatnamen als de Van der Steenstraat, de Van Zijlstraat of de Verheulstraat bewaard gebleven.

Als de omgeving en geschiedenis van de buurt van het Noordse Park dan toch in straatnamen beschreven wordt, mogen de David van Mollemstraat en de Zijdebalenstraat niet ontbreken. David van Mollem was de zoon van Jacob van Mollem. Deze laatste liet eind 17e eeuw een zijdeverwerkingsfabriek aan de Vecht bouwen. Kort na de aanleg van de zijderederij werd de buitenplaats Zijdebalen gebouwd. Omdat de fabriek goed liep, werd Zijdebalen een van de rijkste tuinen van Nederland. Er werd ruim 60 jaar aan gewerkt en het was een bezienswaardigheid op zich. De fabriek werd door één waterrad vanuit de Westerstroom aangedreven. Omdat dit een klein technisch wonder was, kwam zelfs tsaar Peter de Grote in 1711 een kijkje in de fabriek nemen.

Aan het begin van de 19e eeuw ging het economisch erg slecht in Nederland. De fabriek werd gesloten en in het testament van David van Mollem stond, dat als de familie het huis of de fabriek niet meer in bezit wist te houden, alles gesloopt moest worden. Zijdebalen is dan ook met de grond gelijk gemaakt. Tot het begin van de 20e-eeuw was van Zijdebalen alleen nog een tuinderswoning te vinden. Deze is uiteindelijk ook gesloopt. De Westerstroom is overigens vlak voor de Tweede Wereldoorlog gedempt.

Pijlsweerd

De buurt ligt tussen de Amsterdamsestraatweg, de spoorlijn Utrecht CentraalStation Utrecht Overvecht, de Vecht en de Weerdsingel Westzijde. Pijlsweerd bestaat vooral uit kleine, vooroorlogse corporatiewoningen dicht bij oude herenhuizen. Langs de Vecht ligt een bedrijventerrein. De buurt Pijlsweerd is gebouwd op het terrein waar ooit het klooster Bethlehem lag. Pijlsweerd was van oudsher een gebied met veel hoveniers en kwekers. Straatnamen als Hoveniersstraat en Warmoesstraat herinneren daar nog aan. In de twintigste eeuw kreeg Pijlsweerd stedelijke bebouwing. De hoveniers vertrokken. Sinds 1863 werd het gebied doorsneden door de spoorlijn Utrecht-Zwolle, waardoor er overwegen moesten worden aangelegd. Bij de verhoging van de spoorbaan in 1938 verdwenen de overwegen en waren de twee delen van Pijlsweerd van elkaar gescheiden.

Heerlijkheid en gerecht

Het gerecht Pijlsweerd dat ook wel Oudenoord of Hogenoord werd genoemd behoorde tot de (buitengerecht in de stadsvrijheid) in het gebied tussen Hogenoord, Bemuurde Weerd en de Daalsedijk. Het was een leen van de proosdij van St. Jan. In een beschrijving van 1758 wordt Joan van Bredenhof als eigenaar vermeld. De laatste ambachtsheren waren leden van de familie Engelen. De eerst bekende eigenaar, en naamgever van het gebied, was Johan Pyll, die naast heer van Pijlsweerd ook heer van Emmeklaar en Langenoord was[1]. Bij de vorming van de gemeente Lauwerecht op 1 januari 1818 werd Pijlsweerd bij deze gemeente gevoegd. Per 1 augustus 1823 werd de gemeente Lauwerecht en dus ook Pijlsweerd bij Utrecht gevoegd. Na de afschaffing van de heerlijke rechten bestond er van 1811 tot 1900 een polderbestuur Pijlsweerd.

Buitenplaatsen Huis Pijlsweerd

Het Huis Pijlsweerd stond waarschijnlijk in de zuidhoek van het huidige Noordse Park, bij de Oude Pijlsweerdstraat. Over deze buitenplaats is weinig bekend.

Zijdebalen

Tussen 1681 en 1816 bevond zich aan de Vecht de buitenplaats en zijdespinnerij Zijdebalen, die internationale bekendheid genoot. Ze hebben nooit stilgezeten, daar aan de Zeedijk. De stille gracht gaat er over in de Vecht, vanaf dan is er werk aan de winkel. De Zeedijk is verguld met de nieuwbouw van Zijdebalen langs de Vecht. Alleen al omdat er een hoogteverschil is van 1 meter, is er een hoop energie te halen uit het water. De eerste die dat deed was een vluchteling uit de 18e eeuw, David van Mollem, die er behalve de luxe buitenplaats Zijdebalen ook een zijdefabriek neerzette, in beweging gehouden door één waterrad. Dat was een technisch hoogstandje waar ze in de 18e eeuw vanuit de hele wereld naar kwamen kijken. Tsaar Peter de Grote was een van hen, dat u het maar weet. De Zeedijk is er verder heel gewoon van gebleven. Daarna kwam er een meelfabriek (De Korenschoof) en natuurlijk houthandel Jongeneel (foto 1925), die later goed zou zijn voor de meest legendarische branden die de stad heeft gekend. Op deze begerenswaardige plek worden nu karrevrachten laminaat uitgeladen in de al even begerenswaardige nieuwbouw van Zijdebalen. De Jongenelen draaien zich om in hun graf, maar de Zeedijk glimt van trots. Het lustoord is terug.

Het Klooster Bethlehem of het Klooster Maria te Bethlehem is een inmiddels verdwenen klooster dat stond in de huidige Utrechtse buurt Pijlsweerd. Het werd gebouwd in 1423 als buitenplaats van het Ceciliaklooster aan de Neude. In 1425 werd de buitenhof een zelfstandig klooster. Het werd afgebroken in 1607. De straatnamen Bethlehemweg, Tiendstraat, Kerkweg en Kruisweg herinneren nog aan het klooster.

Oud Katholieken

De Oud-rooms-katholieke kerk (ORK) of Onafhankelijke Oud-rooms-katholieke kerk is een kerkgenootschap dat voortgekomen is uit de beweging van de oudkatholieke Engelse bisschop Arnold Harris Mathew. Ondanks de aanduiding rooms maakt zij géén deel uit van de Rooms-Katholieke Kerk, maar is een autocefale, onafhankelijke kerk die een eigen jurisdictie heeft. Zij bezit volgens de opvattingen van de orthodoxe en katholieke kerken een geldige apostolische successie en dus eveneens geldige sacramenten.

Er komen allerlei spellingsvarianten van de naam voor, zoals Oud-rooms-katholieke kerk[1], oud-Rooms-katholieke kerk[2] Oud-Rooms Katholieke Kerk[3], Oud Rooms-Katholieke Kerk[4], Oud-Rooms-Katholieke Kerk[5], Oud Rooms Katholieke Kerk[6] en Oud-Roomskatholieke Kerk[7].

In 1991 werd in Nederland de eerste Oud-rooms-katholieke kerk gesticht, die in 1992 een aartsbisschop voor de Benelux kreeg. 1994 splitste deze kleine kerk zich in tweeën toen de in dat jaar tot hulpbisschop gewijde A.B.M. van Achthoven de kerk verliet en zich rond hem een nieuwe gemeenschap vormde, die zich om juridische redenen aanduidt met “Onafhankelijk” in de naam.

 

Hoofdstroming Katholicisme
Voortgekomen uit Oudkatholieke Kerk vanaf 1910
Afsplitsingen Vrij-Katholieke Kerk in 1916
Aard
Aantal leden circa 500 (per eind 2004)
Karakter Zowel conservatief als progressief. De ORK staat min of meer open voor de wijding van vrouwen en openlijk homoseksuelen. Liturgisch is men enigszins conservatief.

Gedempte waterlopen

1. Otterstroom, gedempt in 1941

2. Schouwwetering, gedempt rond 1950

3. Westerstroom, gedempt rond 1950 In 1681 werd de zijdespinnerij Zijdebalen gesticht, dat aangedreven werd door een voor die tijd inventief waterrad. Door het niveauverschil tussen de singels en de Vecht, veroorzaakt door de Weerdsluis, was er een sterke stroming in de Westerstroom. Toen een in 1780 net ten zuiden van de Zijdebalen gebouwde katoenfabriek ook een waterrad in de gracht wilde installeren, vreesde de weduwe Zijdervelt, eigenaresse van Zijdebalen voor verlies aan waterkracht. Professor J. Th. Rossijn damde als experiment de gracht tijdelijk af en kwam tot de conclusie dat Zijdebalen voldoende waterkracht zou overhouden. Voor de zekerheid groef de katoenfabriek een dwarsgang met stuwbassin ten behoeve van het eigen waterrad.

    • In 1799 sloot de katoenfabriek en van 1812 tot 1906 is het waterrad in gebruik voor meelproductie door de firma die later De Korenschoof heette. Omdat de Korenschoof door de demping van een deel van de Stadsbuitengracht en de aanleg van vaste bruggen over de Vecht per schip onbereikbaar werd voor de aanvoer van graan, kreeg het bedrijf van de gemeente in 1968 een schadevergoeding van 1,8 miljoen gulden. In 1969 werd een silo gebouwd in Lage Weide maar een jaar later sloot de meelfabriek definitief.
    • Demping[bewerken]
    • Rond 1950 werd de Westerstroom gedempt. Op de vrijgekomen plaats werd de Oudenoord aangelegd. De waterloop werd ondergronds aangelegd door een spuiriool met de naam Westriool, dat 1,5 tot 2,0 m³ water per seconde naar de Vecht laat stromen.[1] Bij het ontwikkelen van een nieuwe bestemming voor het Zijdebalenterrein, kwam heropening van de Westerstroom ter sprake.[2][3]

 

 

Noordse Park in de 21ste eeuw

In 2003 is het laatste Particuliere Woningverbeteringproject in Pijlsweerd afgerond. Veel huizen en een deel van de openbare ruimte zijn opgeknapt. In de buurtaanpak Pijlsweerd wordt in sociale projecten gewerkt aan vergroting van de sociale samenhang en veiligheid van de buurt.

In 2008 werd een burgerinitiatief om het Noordse Park en omgeving, deel van Pijlsweerd, te verbeteren, ingediend. Hier trok de gemeenteraad van Utrecht 1,1 miljoen euro voor uit. In 2010 is de realisatie gestart. In het Noordse park een groot grasveld met een talut. Naast het park is een grote speeltuin van Portes een een kinderdagverblijf te vinden. De Pelsscholen, VSO onderwijs, hebben hun intrek genomen in voorheen ‘De Theo Thyssen school‘ aan de rand van het park. Het grasveld werd opnieuw ingericht als voetbalveld (een kunstgrasveld en een panna – veldje) en wordt veel gebruikt. Het park is niet meegenomen in de opknapronde van de stadsparken van Utrecht. Door de inspanningen van bewoners zijn er in uitgebreide werkzaamheden uitgevoerd om het Noordse Park en de omgeving te herinrichten in samenwerking met de door de bewoners uitgekozen architecte Mariken van Nimwegen. De bewoners zijn actief om te kijken hoe de geschiedenis van de directe leefomgeving een rol moet krijgen in toekomstige ontwikkelingen. Dit versterkt de sociale kracht van onze buurt. Een groepje bewoners is druk doende de buurtgeschiedenis boven water te krijgen. Bewoners ouder dan vijftig jaar worden uitgenodigd verhalen over de buurt te vertellen. Archieven worden uitgespit. Familiefoto’s worden verzameld.

“De wijk heeft een rijke historie, maar daar is nu nog zo weinig van bekend”, zegt Bosman. “Dit is nog een echt volksbuurtje. Niet dat de straten meteen oranje kleuren als het nationale elftal speelt. Daarvoor wonen er te veel ouderen. Maar de verjonging is aan de gang. Zolang de woningcorporatie de oudbouw laat staan en de huidige mensen hier blijven wonen, willen we de geschiedenis achterhalen.” Bosman verwacht dat de historische zoektocht voor binding in de wijk zal zorgen. “Mensen worden weer trots op hun buurt.” De mix van allochtonen, geboren ‘Utregters’ en studenten heeft volgens hem de potentie er een kleurrijke, sociaal sterke wijk van te maken.

Het streven is elementen uit het verleden zoveel mogelijk te laten herleven. Zo wil men de zes toegangen tot de buurt verfraaien met ‘poorten’ waarin de geschiedenis herkenbaar terugkomt. Architecte Van Nimwegen heeft zelfs een ets van de oude de Pellecussenpoort aan de Vechtzijde gevonden, die ze wil verwerken in het ontwerp, “maar dat is voor de vervolgfase.” De oude watergangen die vroeger in de wijk liepen, wil men terug in beeld brengen.

Inmiddels wordt het Noordse Park door veel verschillende doelgroepen gebruikt. Kinderen, studenten, volwassenen en ouderen en hondeneigenaren maken met veel plezier dagelijks gebruik van het park. Bewoners uit de directe omgeving, maar ook uit de diverse subwijken Zijdenbalen, Lauwerecht, De Hoogstraat, Nijenoord-Oost en Ondiep.

Zijdebalen in de 21ste eeuw

In het tweede decennium wordt het Zijdebalengebied opnieuw ingericht. Er zijn 500 woningen gepland en terugkeer van de Westerstroom.